Volg ons op Twitter
Uw instelling voor maatschappelijke dienstverlening
Vergroot fontVerklein font
Home Over CentraM Contact Werken bij CentraM Ideeën Nieuwsbrief Privacy Klachten Huisregels
Home/Over CentraM/Historie van CentraM/
doormailen printen

Historie van CentraM

CentraM is de instelling voor Maatschappelijke Dienstverlening in Amsterdam Centrum en Amsterdam West. Zij opgericht op 1 januari 2010 en is voortgekomen uit een fusie van de Blankenberg Stichting en Raster Maatschappelijke Dienstverlening. 

Een bijzondere geschiedenis van de Blankenberg Stichting

1871 - 1940

De Blankenberg Stichting heeft haar naam te danken aan de oprichter van het Genootschap Liefdadigheid Naar Vermogen (LNV). Dit Genootschap wordt in 1871 opgericht door J.F.L. BLANKENBERG, toen 18 jaar, samen met zijn broer, zuster en een vriend.

Zij zijn onder de indruk van de nood in die tijd. Hun aanvankelijke doel is geld uitdelen aan de armen. Zij vinden donateurs onder hun familie en kennissen en beginnen te werken vanuit het woonhuis van J.F.L. BLANKENBERG op de Raamgracht 8. Uiteindelijk zal hij 45 jaar lang de koers van LNV bepalen.

Al gauw verandert de doelstelling. Er moet ook meer aandacht komen voor bevordering van onderwijs en werkverschaffing. Naast de bedeling geven ze ook renteloze voorschotten.
Alles zonder onderscheid te maken naar religieuze achtergronden van ondersteuners en ondersteunden.

In 1874 wordt PRINS HENDRIK DER NEDERLANDEN (zoon van WILLEM II) beschermheer. Het aantal donateurs neemt meteen toe. In 1902 wordt PRINS HENDRIK, de hertog van Mecklenburg, beschermheer en in 1935 H.K.H. PRINSES JULIANA beschermvrouw. (In 1965 loopt Prinses Beatrix een maand stage bij de instelling)

 

 

J.F.L Blankenberg

Het Elberfeldschestelsel

Vanaf 1892 gaan LNV werken volgens het Elberfeldschestelsel.  Amsterdam wordt in dertig districten verdeeld, waar 550 vrijwillige armenbezoekers aan het werk gaan.Ieder district heeft zijn commissie, die beslist over de binnengekomen aanvragen voor steun. Deze districtscommissies zijn 50 jaar lang de ruggengraat en het zwaartepunt van LNV.
‘De Armenverzorging der Gemeente verhindert om te sterven, LNV leert leven.’ LNV verzorgt een nieuwe ruit in plaats van een krant te plakken. En zorgt ervoor dat de ruit niet opnieuw breekt. J.F.L. BLANKENBERG, die van 1891 tot 1910 gemeenteraadslid in Amsterdam is, maakt zich onder andere sterk voor een nieuwe Armenwet en pleit voor meer samenwerking van de, veelal religieuze, liefdadigheidsinstellingen. Deze geven alleen aan de eigen parochianen ondersteuning. Samenwerking is ook nodig om het ‘shoppen’ van de armen te voorkomen.

Professionalisering van de hulp

Langzamerhand blijkt dat meer zorgvuldig onderzoek naar de situatie van de arme nodig is wil men hem goed kunnen helpen. Men ontwikkelt gaandeweg meer methodieken. Onderwerpen zijn: onderzoek; controle; voortgezetbezoek; rol van de armenbezoeker; welke maatstaven gelden bij ondersteuning. Extra aandacht is er voor de verwaarloosde en verlaten kinderen.

De toeloop van hulpaanvragen neemt toe en de behoefte aan een groter kantoor is groot. In 1913 trekt LNV in een nieuw gebouw aan de Raamgracht 4. Dit pand wordt bekostigd uit een fonds en is speciaal voor LNV gebouwd.

Begin 20e eeuw wordt de sociale- en arbeidswetgeving uitgebreid. Vele oorzaken van ernstige financiële moeilijkheden komen daardoor te vervallen of zijn minder ingrijpend.

Het werk van LNV wordt steeds meer aanvullend, maar niet minder noodzakelijk. Tot op heden heeft dat zich doorgezet.

Tot begin jaren dertig bloeit LNV. Er wordt veel geld binnen gehaald. De crisis van de jaren dertig veroorzaakt echter dat de geldbronnen opdrogen. Ook het aantal vrijwillige armenbezoekers loopt terug. Er zijn inmiddels wel een paar betaalde krachten aangenomen om het bureau te leiden en de financiën te regelen.

 

1940 - 1945

Op 10 februari 1942 wordt LNV door de Duitse bezetting geliquideerd. Bestuur en een aantal leden van de staf blijven echter op bescheiden schaal het werk voortzetten. Op 7 mei 1945 wordt het Genootschapsgebouw weer in bezit genomen en komt het kapitaal weer terug. Er is door de oorlogstijd veel in versneld tempo veranderd, ook de opvattingen omtrent liefdadigheid en armenzorg. Men is er wel van overtuigd dat een particuliere, neutrale, ongesubsidieerde instelling onmisbaar is in Amsterdam. Alleen zal de taak en werkwijze anders en ruimer moeten zijn. Gebleken is dat men dieper moet doordringen in de moeilijkheden van een persoon of gezin in nood om efficiënt hulp te kunnen geven.

 

De organisatie na 1945

 

Oprichting Blankenberg stichting

In 1946 worden de eerste geschoolde maatschappelijk werkers door LVN aangetrokken. De naam voldoet niet meer en wordt omgedoopt tot ‘Zorg en Bijstand’.
In 1955 wordt voor het eerst subsidie aangevraagd bij het Rijk en met ingang van 1956 wordt subsidie wegens ‘uitvoerend maatschappelijk werk’ verleend. Alle overige kosten moet ZenB zelf dragen.

Op 1 januari 1971 wordt het Genootschap Zorg en Bijstand omgezet van een vereniging in een stichting. Zij zal zich niet meer bezighouden met de uitvoering van de hulpverlening. Deze wordt overgelaten aan ‘werkstichtingen’. Eind 1969 wordt de BLANKENBERG STICHTING opgericht.

Doel is:

- het verrichten van maatschappelijk werk;

- het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van het maatschappelijk werk;

- het bevorderen van maatschappelijk welzijn.

Andere organisaties in Amsterdam

Naast deze stichting verzorgen ook andere instellingen met een religieuze of neutrale achtergrond, ontstaan vanuit de vooroorlogse charitas, MAATSCHAPPELIJK WERK in Amsterdam. In Amsterdam houden na 1948 ook maatschappelijk werkers van de stichtingen PSC (Protestants Sociaal Centrum) en ISCC (Interparochieel Sociaal Charitatief Centrum) spreekuren op diverse locaties in de buurten.

Ouderenwerk

In de jaren zestig worden op initiatief van een actief gemeenteraadslid in verschillende Amsterdamse buurten ‘Wijkposten voor Bejaarden’ opgericht. Deze worden in eerste instantie gerund door vrijwilligers en gefinancierd uit gemeentelijke welzijnsgelden. Later worden er professionals aangetrokken, die in dienst komen van de koepel ‘Stichting Wijkvoorzieningen voor Bejaarden’ (SWB). Bejaarden gaan later Ouderen heten en de hulpverleners: Ouderen Adviseurs.

Sociaal Raadslieden

Wegens de steeds ingewikkelder wordende regel- en wetgeving is er in de jaren zestig ook behoefte aan sociaal juridische hulpverlening, die voor de minst draagkrachtigen gratis te raadplegen is. In november 1949 start de eerste Sociaal Raadsman in Amsterdam zijn werkzaamheden. Elke buurt krijgt een Sociaal Raadsman/vrouw, die open spreekuren houden. Zij houden ook elke dag één telefonisch spreekuur voor de hele stad. Zij zijn dan in dienst van de (locale) overheid.

Nieuwe Wetten

In 1956 wordt de AOW, in 1963 de Algemene Bijstandswet en in 1967 de WAO ingesteld. Financiële nood is niet meer de overheersende problematiek en wordt van het Maatschappelijk Werk ontkoppeld.

Het Maatschappelijk Werk is nu aan vernieuwing toe. De maatschappelijk werker, in dienst van een organisatie met een kerkelijke binding, maakt zich los van godsdienstige hulpverlening en de betutteling.

Nieuwe samenwerkingsverbanden

Met het ontstaan van de nieuwe stadswijk de Bijlmer vanaf 1966, komt er een mogelijkheid om de hulpverlening anders te organiseren. Er zijn veel instellingen in Amsterdam, voortgekomen uit de wel of niet confessiegebonden charitas van oudsher, die allemaal in heel Amsterdam maatschappelijke hulp aanbieden. De instellingen spreken met elkaar af om zich niet ieder afzonderlijk ook in die wijk te gaan vestigen. Het Maatschappelijk Centrum Bijlmer wordt opgericht met een breed aanbod aan maatschappelijk werk, gezinsverzorging, sociaal raadslieden en vrijwilligerswerk.

Regionalisering

In 1984 wordt door de Gemeente begonnen met de regionalisering van al het Welzijnswerk.

De Blankenberg Stichting werkt al sinds 1979 alleen in het Centrum. In 1979 wordt de eerste van de vijf vestigingen in de buurten geopend. Het ‘buurtgericht werken’ wordt geïntroduceerd.

Ten gevolge van de gemeentelijke Stadsdeelvorming in 1991 wordt de SWB ontbonden en worden in het Centrum het Ouderenwerk bij de Blankenberg stichting ondergebracht. In 1994 volgen de Sociaal Raadslieden.

Amsterdam Regio Oud-West, oprichting Raster

Per 01-01-1985 richten de voormalige confessionele organisaties PSC (Protestants Sociaal Centrum) en ISCC (Interparochieel sociaal charitatief centrum) nieuwe decentrale en niet confessiegebonden professionele organisaties voor Algemeen Maatschappelijk Werk op in de regio’s Zuid, Nieuw-West, Oost en Oud-West. De in dienst zijnde maatschappelijk werkenden van deze stichtingen treden bij deze regionale stichtingen in dienst en behouden zo hun eigen werkterrein (en dus ook de contacten met hun cliënten).

In de regio Oud-West wordt de nieuwe stichting eerst gehuisvest in de 1e Helmerstraat en later in de Arie Biemondstraat 109. Bij de start van deze stichting AMW - Oud-West zijn ongeveer 15 mensen in dienst, werkzaam in de verschillende stadsdeelgebieden van het werkgebied: Westerpark, De Baarsjes, Oud-West en (sinds 1986) Bos & Lommer.

Per januari 1990 wordt de subsidie aan de BEL (Belangenbehartiging Eerste Lijn), de stichting die maatschappelijk werkers detacheerde in de verschillende gezondheidscentra in de regio Oud-West, stop gezet. De werkers worden toegevoegd aan de stichting AMW - Oud-West. Voor de stichting AMW - Oud-West betekent dit bijna een verdubbeling van het aantal uitvoerende werkers. Vanaf dat jaar kent het AMW - Oud West 35 uitvoerende medewerkers en een groot aantal werkplekken meer dan bij de oprichting in 1985.

Er wordt niet alleen met gezondheidscentra samengewerkt, maar ook met de Wijkpost voor Ouderen, de Sociaal Raadslieden en hier en daar ook de sociaal culturele voorzieningen (de Buurthuizen e.d.).

De Wijkpost voor Ouderen in Bos en Lommer is op dat moment onderdeel van een organisatie die daarnaast verzorgingshuizen exploiteert.

In 2002 vertrouwt de Stadsdeelraad Westerpark haar zorggebied toe aan de Blankenberg Stichting. De Stichting AMW - Oud-West gaat in 2002 samen met de Sociaal Raadslieden uit hun werkgebied en wijzigt haar naam in RASTER.

Het Ouderenwerk in Bos en Lommer sluit zich 2005 aan bij Raster.

Schuldhulpbureau's

De Centrale Stad (subsidiegever) maakt het mogelijk dat sinds 1999 in heel Amsterdam schuldhulpbureaus kunnen worden opgericht en ondergebracht bij de regionale stichtingen voor Maatschappelijk Werk/c.q. maatschappelijke dienstverlening.

Zo worden Raster en de Blankenberg Stichting als organisaties ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in de regio’s Oud-West en Centrum. Daartoe wordt extra subsidie verleend en komen specifiek opgeleide krachten in dienst, die de bureaus voor schuldhulpverlening bemannen.

De wettelijke invoering van het persoonlijk faillisement geeft de schuldhulpverleners meer de mogelijkheid om regelingen te treffen met schuldeisers.

Vanwege de toenemende financiële problemen bij cliënten en het Armoede beleid van de gemeente worden rondom het jaar 2001 in alle Stadsdelen Schuldhulpbureau’s opgericht. In West door Raster en in het Centrum door de Blankenberg stichting. De wettelijke invoering van het persoonlijk faillissement geeft de schuldhulpverleners meer mogelijkheden om regelingen te treffen met schuldeisers.

Éen loket

Tegelijkertijd openen de instellingen het ‘Eén-Loket’, waar jong en oud met vragen en problemen terecht kunnen. Achter deze ‘voordeur’ werken maatschappelijk werkers, sociaal raadslieden en ouderenadviseurs nauw samen in het belang van de hulpvrager. De naam wordt nu MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING.

2010

Tengevolge van de steeds schaarser wordende financiële middelen en de toenemende bureau- en personeelskosten besluiten Raster en de Blankenberg stichting samen te gaan. Hierdoor kan men ook beter inspelen op nieuwe eisen die aan de hulpverlening worden gesteld en het aanbestedingsbeleid van de gemeente.

CENTRAM is de nieuwe naam.

 

September 2010